Algemene Rekenkamer

Uit Auditpedia
Article/Algemene Rekenkamer
Ga naar:navigatie, zoeken
Article >

Algemene Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer is de onafhankelijke externe auditor van de rijksoverheid (de Audit Dienst Rijk (ADR) is de interne auditor).

De Algemene Rekenkamer controleert de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van de ontvangsten en uitgaven van de rijksoverheid.  Het is onze wettelijke taak om jaarlijks als onafhankelijk Hoog College van Staat een verklaring van goedkeuring te geven bij de rijksrekening. Deze verklaring is gebaseerd op een gedegen onderzoek van de rechtmatigheid van het financieel beheer van het Rijk.

Deze wettelijke taak is onderdeel van het verantwoordingsonderzoek dat verder ook betrekking heeft op bedrijfsvoering, niet-financiële informatie en beleid. Hierover rapporteren wij aan het parlement op Verantwoordingsdag, de derde woensdag in mei. Op basis van ons oordeel kan het parlement besluiten of het decharge verleent aan het kabinet. Daarnaast rapporteren we gedurende het hele jaar over afzonderlijke onderzoeken aan het parlement, zodat Kamerleden kunnen bepalen of het beleid van een minister zinnig, zuinig en zorgvuldig is.

Geschiedenis

In artikel 120 van de Grondwet van 29 maart 1814 werd dwingend voorgeschreven dat er “eene algemeene Rekenkamer” zou zijn. Zij werd ingesteld op 9 juli 1814. De rekenkamerfunctie kent echter een nog veel langere geschiedenis. Al in 1386 werd de Vlaamse Rekenkamer opgericht en in 1404 de Brabantse Rekenkamer.

Aanvankelijk stonden rekenkamers ten dienste van de vorst, maar bij de opkomst van de parlementaire democratie (rond 1850) werd de Algemene Rekenkamer controleur van de ministers en voorzag zij de Staten-Generaal van haar bevindingen. In de afgelopen decennia is de Algemene Rekenkamer zich ook steeds meer gaan richten op (het belang van) burgers en bedrijven.

Een overzicht van de geschiedenis van de Algemene Rekenkamer in tijdsbeelden vanaf 2014 vind je hier. In het gedenkboek bij het 175-jarig bestaan van de Algemene Rekenkamer (Van ‘camere vander rekeninghen’ tot Algemene Rekenkamer) worden zes eeuwen rekenkamer beschreven.

Missie en strategie

Onze taken voeren wij uit vanuit onze missie. De missie van de Algemene Rekenkamer is namelijk het bijdragen aan het verbeteren van het functioneren en presteren van de rijksoverheid en de daarmee verbonden organen. Daartoe gaan we na of de rijksoverheid haar geld zinnig, zuinig en zorgvuldig besteedt. Ook toetsen wij in hoeverre Nederland verplichtingen nakomt die in internationaal verband zijn aangegaan. Wij voorzien de regering, de Staten-Generaal en andere doelgroepen van relevante informatie die gebaseerd is op onderzoek en onderzoekservaring.

In de strategie 2021-2025 van de Algemene Rekenkamer (“Vertrouwen in verantwoording”) benadrukken wij dat we ons onderzoek nadrukkelijker willen doen vanuit het perspectief van burgers en bedrijven. De overheid is er voor hen. Zij betalen bovendien mee aan die overheid via belastingen, premies en andere afdrachten.

Positie

Onze positie als Hoog College van Staat is grondwettelijk verankerd. We zijn een onafhankelijk instituut en dus geen onderdeel van de regering of het parlement. We bepalen - binnen onze wettelijke taken - zelf wat we onderzoeken, hoe we dat onderzoek aanpakken en hoe en wanneer we daarover publiceren. De Tweede Kamer of bewindspersonen kunnen ons vragen onderzoek naar een bepaald onderwerp te verrichten, maar kunnen daartoe geen opdracht geven. In de praktijk honoreren we verzoeken van parlement of bewindspersonen, als we op grond van onze bevoegdheden toegevoegde waarde kunnen bieden. Signalen en reacties uit de samenleving, van burgers, bedrijven of organisaties behandelen we zorgvuldig. We kunnen besluiten om ze te betrekken bij lopende onderzoeken.

Wettelijke verankering

In artikel 76 van de Grondwet is vastgelegd dat de Algemene Rekenkamer belast is met het onderzoek van de ontvangsten en uitgaven van het Rijk. Die ontvangsten en uitgaven noemen wij wel ‘de publieke euro’. De publieke euro - ook verbeeld in ons logo - staat centraal in ons werk.

De Algemene Rekenkamer is geen wetenschappelijk onderzoeksinstituut of een toezichthouder. Wij verrichten controles of, meer algemeen, audits. Kenmerkend daarvoor is dat wij op basis van gedegen onderzoek oordelen geven of inzicht verschaffen.

In de Comptabiliteitswet 2016 (hoofdstuk 7) worden de volgende taken van de Algemene Rekenkamer genoemd:

  • Jaarlijks onderzoek van de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen, de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen en de financiële verantwoordingsinformatie in het financieel jaarverslag van het Rijk
  • Onderzoek naar het begrotingsbeheer, het financieel beheer, de materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk en de centrale administratie van de schatkist van het Rijk
  • Onderzoek naar de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het gevoerde beleid van het Rijk
  • Onderzoek naar de verklaring over EU-uitgaven

En naast deze verplichte taken omschrijft de Comptabiliteitswet twee taken die de rekenkamer ‘kan’ uitvoeren:

  • Onderzoek naar publieke middelen buiten het Rijk
  • Onderzoek naar bijdragen ten laste van de EU-begroting

Op basis van deze wettelijke omschrijvingen richt de Algemene Rekenkamer zich op een breed scala aan onderwerpen. Op onze website vind je een overzicht.

Bevoegdheden

Om onze onderzoekstaak goed en onafhankelijk te kunnen uitvoeren, hebben wij unieke bevoegdheden, die in de Comptabiliteitswet (CW) zijn vastgelegd. Wij kunnen niet alleen onderzoek doen bij ministeries en bij andere organisaties binnen het Rijk, zoals de rechterlijke macht en de Hoge Colleges van Staat, maar ook bij andere instellingen:

  • instellingen die met publiek geld een in de wet geregelde taak uitvoeren (‘rechtspersonen met een wettelijke taak’)
  • organisaties die een financiële binding hebben met het Rijk (bijvoorbeeld omdat zij subsidies, leningen of garanties ontvangen)
  • ondernemingen waarin de rijksoverheid aandelen heeft (‘staatsdeelnemingen’)
  • bijdragen uit de EU-begroting (CW 2016, artt. 7.24 t/m 7.29)

Alle relevante informatie die we nodig hebben om onze taken te vervullen, mogen we inzien. Dus ook vertrouwelijke informatie. Ook hebben we het recht op toegang tot digitaal verstuurde berichten, zoals e-mail en WhatsApp, en geautomatiseerde systemen (CW 2016, artt. 7.18 t/m 7.20 en artt. 7.34 t/m 7.36). Bij gemeenten en provincies hebben we geen onderzoeksbevoegdheden, ook niet als zij rijksgeld uitgeven. We kunnen deze overheden wel vragen om mee te werken aan ons onderzoek. Als het gaat om bijdragen uit de EU-begroting, heeft de Algemene Rekenkamer wél de bevoegdheid om onderzoek te doen bij gemeenten en provincies.

De Algemene Rekenkamer kan een oordeel uitspreken over het beleid van de regering, maar we vellen er geen politiek oordeel over. We zeggen dus nooit dat het beleid zelf goed of fout is; de politieke (parlementaire) besluitvorming is voor ons een gegeven. We kunnen wel oordelen dat een wet of het beleid niet werkt zoals dit was bedoeld en aanbevelingen doen hoe het beter kan.

Organisatie

De organisatie van de Algemene Rekenkamer bestaat uit het college en de ambtelijke organisatie. De ambtelijke organisatie onder leiding van de secretaris ondersteunt het college.

Het jaarlijks budget bedraagt ruim 33 miljoen euro, dat grotendeels wordt besteed aan personeelskosten. Over onze activiteiten leggen we jaarlijks verantwoording af in een verslag van werkzaamheden dat we eind maart publiceren.

Bij de Algemene Rekenkamer werken ongeveer 160 onderzoekers uit verschillende disciplines, niet alleen accountants, maar ook economen, bestuurskundigen, juristen, historici, statistici, sociologen en politicologen. Een belangrijk deel van ons werk bestaat namelijk uit onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid (performance audit). Een stafdirectie ondersteunt de onderzoekers, het MT en het college.

Onze positie als Hoog College van Staat waarborgt dat wij niet afhankelijk zijn van (het oordeel van) anderen. Daarom worden verschillende instrumenten ingezet om kritisch naar onszelf te kijken, zoals de inzet van een externe accountant voor de jaarrekeningcontrole, de instelling van een Audit Advisory Committee en de organisatie van externe reviews door deskundigen en peer reviews door buitenlandse rekenkamers. Zo hebben de rekenkamers van Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Canada in 2020 de onderwerpselectie, kwaliteit van onderzoeksmethoden en publicaties van de Algemene Rekenkamer getoetst. Het rapport en onze reactie daarop vind je op de website.

Internationale samenwerking

In internationaal perspectief is de Algemene Rekenkamer een Supreme Audit Institution (SAI). De SAI’s van 193 landen hebben zich verenigd in de International Organization of SAI’s. Er zijn daarnaast zeven regionale organisaties, waaronder EUROSAI. De Algemene Rekenkamer is lid van INTOSAI en EUROSAI en van het Contact Comité van EU-rekenkamers. Daarnaast zijn we lid van verschillende werkgroepen van de genoemde organisaties. De twee hoofdthema’s van ons buitenlandbeleid zijn internationale kennisuitwisseling/samenwerking en institutionele ontwikkelingssamenwerking.

Internationale standaarden

Onder de paraplu van INTOSAI is een uitgebreid raamwerk van richtlijnen ontwikkeld voor zowel de positie als de werkwijze van SAI’s. Deze professional pronouncements zijn onderverdeeld in ‘principles’, ‘standards’ (‘ISSAIs’) en ‘guidance’.

De Algemene Rekenkamer wil in principe voldoen aan deze richtlijnen. In Principle 1 (Lima Declaration) zijn de grondbeginselen voor het functioneren van rekenkamers vastgelegd. Onze onafhankelijkheid is een basisvoorwaarde om ons werk goed te doen. Dit belangrijke principe is vastgelegd in Principle 10 (Mexico Declaration).

In Principle 12 (The Value and Benefits of SAIs) wordt gesteld dat rekenkamers hun taak uitvoeren in het belang van burgers (“making a difference to the lives of citizens”). Om deze ambitie waar te maken, worden drie belangrijke voorwaarden genoemd:

  • het versterken van de verantwoording, transparantie en integriteit van overheid en openbare lichamen
  • het aantonen van de blijvende relevantie van rekenkamer voor de burgers, het parlement en andere belanghebbenden
  • een modelorganisatie zijn door het goede voorbeeld te geven

In ISSAI 100 (Fundamental Principles of Public-Sector Auditing) worden de basisbegrippen voor de externe audit van de publieke sector uiteengezet. Ook worden daar de drie hoofdtypen van auditing in de publieke sector omschreven: financial audit, performance audit en compliance audit.

ISSAI 130 bevat de Code of Ethics voor SAI’s. Deze is gebaseerd op vijf fundamentele beginselen: integriteit, onafhankelijkheid/objectiviteit, bekwaamheid, professioneel gedrag en (balans tussen) vertrouwelijkheid en transparantie.

Financial audit

De Algemene Rekenkamer geeft als onafhankelijke externe auditor jaarlijks oordelen bij de financiële verantwoordingen van de ministeries en het Rijk als geheel. De oordelen per ministerie omvatten mede de rechtmatigheid van de financiële transacties in het betreffende begrotingsjaar. De financial audit maakt onderdeel uit van het verantwoordingsonderzoek.

De Algemene Rekenkamer voert haar financial audits zoveel mogelijk uit volgens de daarvoor ontwikkelde internationale standaarden (ISSAI 2000 en ISSAI 2200-2899). Deze financial auditing standards zijn gebaseerd op de International Standards on Auditing (ISAs) van de International Auditing and Assurance Standards Board (IAASB).  

De Algemene Rekenkamer maakt bij haar controlewerkzaamheden intensief gebruik van de werkzaamheden van de Auditdienst Rijk, de interne auditor van de rijksoverheid. De taak van de Auditdienst Rijk is omschreven in het Besluit Auditdienst Rijk.

Algemene Rekenkamer over accountancy

Accountantsorganisaties voeren financial audits uit bij gemeenten en provincies en bij organisaties op afstand van het Rijk. De Algemene Rekenkamer acht daarom een goed functionerende accountancysector essentieel om zicht en greep te houden op de inning en besteding van publieke middelen. Onze visie op de toekomst van de accountancysector hebben wij verwoord in een brief van 1 mei 2020 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer.


Auteur: Algemene Rekenkamer

Referenties

Externe links