De beroepseed

Uit Auditpedia
Article/De beroepseed
Ga naar:navigatie, zoeken
Article >

De beroepseed

Accountants leggen de beroepseed af wanneer ze toetreden tot het accountantsregister. Daarmee beloven accountants dat zij in de uitvoering van hun werk het algemene belang vooropstellen en dat ze handelen binnen de wet -en regelgeving. In de tekst staan ook de fundamentele beginselen. De eed is een van de 53 maatregelen die in 2014 door de sector zijn voorgesteld.

Wat is de beroepseed?

Als je als afgestudeerd accountant bijgeschreven wordt in het accountantsregister leg je de beroepseed af. Dit is een officiële handeling waarbij je tegenover je beroepsgenoten, de belofte, die omschreven staat in de eed, bekrachtigt.

Je belooft of verklaart daarmee dat je als accountant in de uitvoering van je werk het algemeen belang vooropstelt, dat je zult handelen binnen de wet -en regelgeving en je beroep met een professioneel kritische instelling uitoefent. Ook de fundamentele beginselen van de VGBA staan letterlijk in de tekst van de eed genoemd. Je bevestigt bij toetreding tot de beroepsgroep van accountants die beginselen dus als het ware nogmaals, zodat er ten overstaan van anderen, geen enkele twijfel meer bestaat over hoe jij als accountant afwegingen in de beroepspraktijk gaat maken.

Tekst van de eed

De tekst van de beroepseed luidt als volgt:

‘Ik ben mij ervan bewust dat ik als accountant dien te handelen in het algemeen belang.

Ik oefen mijn beroep uit met een professioneel-kritische instelling. In de uitoefening van mijn beroep als accountant laat ik mij leiden door fundamentele beginselen van integriteit, objectiviteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en vertrouwelijkheid.

Ik houd mij aan de wetten en regelgeving die op mijn beroep van toepassing zijn.

Mijn professionaliteit brengt met zich mee dat ik geen handelingen verricht waarvan ik weet of behoor te weten dat die het accountantsberoep in diskrediet kunnen brengen.

Zo waarlijk helpe mij God almachtig/dat beloof/dat verklaar ik.’ [1]

Je kunt de eed ook in het Engels of in het Fries afleggen.

De NBA ziet erop toe dat alle accountants de eed afleggen. Een accountant die opgenomen is in het accountantsregister heeft dus per definitie de eed afgelegd.

De accountantseed: maatregel 1.1.

Het voorstel om de accountantseed in te voeren is de eerstgenoemde maatregel (1.1) van de in totaal 53 maatregelen uit het rapport In het publiek belang van de werkgroep Toekomst Accountantsberoep dat in 2014 op Freaky Thursday verschijnt.

Doel van deze eerste maatregel is om ‘zowel intern als extern duidelijk te communiceren waar het beroep voor staat en welke mindset, cultuur en gedrag van iedere accountant wordt verwacht’.

Het idee leidt tot flinke discussies. Uit een peiling uit 2014 geeft de meerderheid van accountants aan geen nut te zien in een eed. Meest gehoorde argument is dat de gedragscode en het tuchtrecht voldoende zijn. Maar mei 2016 stemmen de leden van de NBA voor het instellen van de beroepseed.

Overigens was er rond 1900 ook al het idee om een accountant de eed af te laten leggen, opgekomen, namelijk bij de voorloper van de NBA, het Nederlands Instituut van Accountants (NIVA). Het komt zelfs een aantal keren tot een wetsvoorstel, maar uiteindelijk sneuvelt het plan doordat de Staatscommissie Bijleveld in 1930 de invoering van de accountantseed definitief niet zinvol acht. Het nut ervan wordt bij accountants in twijfel getrokken. Het belangrijkste argument hiervoor is dat de verplichting tot geheimhouding ook bij wet geregeld kan worden [2].

De waarde(n) van de eed

Soeharno in de Lutherse Kerk in Amsterdam over De Waarde van de Eed [1]

De eed is een eeuwenoude manier - via de Grieken, de Romeinen, de joods-christelijke traditie en de Verlichting - om ‘een eenvoudig verlangen naar waarachtigheid’ vorm te geven ten overstaan van een ander. Met een eedformule (de tekst) en een eedgebaar tegenover de eedgemeenschap, de beroepsgroep waartoe de professional behoort. “Iedere eed komt dan ook in essentie neer op deze formulering: Ik zweer dat ik integer zal zijn” [3].

Soeharno onderscheidt drie kernmotieven waardoor de eedaflegging van waarde wordt: 1. Gerechtigheid (de kernwaarden van de professie gaan voor die van de professional), 2. Geloofwaardigheid (aan de orde wanneer levendig duidelijk is wat er onder de kernwaarden verstaan wordt) en 3. Cohesie. Het feit dat de eed wordt afgelegd ten over staan van de eedgemeenschap kan een gunstig effect hebben op het morele gedrag van de professional. Bij schending is niet alleen de eigen eer maar ook de kernwaarden van de beroepsgroep die op het spel worden gezet, de beroepseer.

De eed bij andere beroepsgroepen

Een van de oudste beroepseedvoorbeelden is die van Hippocrates. Deze Griekse arts liet 400 jaar voor Christus jonge artsen beloven zich aan beroepsregels te houden. In 1878 (we waren wat later..) werd in Nederland de artseneed ingevoerd, gebaseerd op deze eed van Hippocrates. De huidige artseneed (laatste aanpassingen zijn van 2010) is niet meer echt terug te voeren op die van Hippocrates maar wordt nog altijd afgelegd door aankomende artsen. Zo beloven ze onder meer geen misbruik te maken van hun medische kennis (toegevoegd naar aanleiding van bijvoorbeeld misstanden tijdens de Tweede Wereldoorlog) en commerciële druk vanuit de farmaceutische industrie te weerstaan.

Een tweede relevant voorbeeld en voorloper voor de beroepsgroep van accountants is de bankierseed. Sinds 1 april 2015 kennen bankmedewerkers namelijk ook een bankierseed. Zij beloven daarmee ‘hun functie integer en zorgvuldig te zullen uitoefenen en het belang van de klant centraal te stellen’. In de verordening die de accountantseed regelt, wordt specifiek ingegaan op het verschil tussen de bankierseed en de accountantseed waarbij voor de accountant/bankier geldt dat hij ‘niet het belang van de cliënt centraal kan stellen op een zodanige wijze dan hij daarmee de fundamentele beginselen schendt’. [4]

Tot slot is de ambtenareneed natuurlijk belangrijk voor accountants in overheidsdienst. Er zit best veel overlap tussen beide 'eden'. Zo moeten beiden zich houden aan wet -en regelgeving, ligt de nadruk op zorgvuldigheid, nauwgezetheid en vertrouwelijkheid. Integriteit, onkreukbaarheid en betrouwbaarheid zijn deugden die ook in beide formuleringen zijn terug te vinden. Ook mogen ambtenaren en als accountants niets doen of geen handelingen verrichten die het ambt of het accountantsberoep schaden. Een interessant spanningsveld is dat tussen 'plichtsgetrouw zijn' en een 'professioneel kritische instelling'.

Handhaving bij weigeren eed af te leggen

Vier registeraccountants en vier accountants-administratieconsulenten worden er door de NBA herhaaldelijk aan herinnerd dat zij tijdig de beroepseed moeten afleggen. Dat doen zij niet, waarna de NBA een klacht tegen de acht indient bij de Accountantskamer. De Accountantskamer verklaart de klacht gegrond en legt een doorhaling op met een termijn van één maand waarbinnen de accountants zich niet opnieuw mogen laten inschrijven. Eén van de registeraccountants gaat in hoger beroep en er komt een zitting bij het college van beroep voor het bedrijfsleven. Het college acht zijn klacht ongegrond.

Maatschappelijke relevantie volgens de tuchtrechter

Op Accountant.nl wordt de uitspraak van de tuchtrechter als volgt samengevat:

“Wie ervoor kiest de titel registeraccountant of accountant-administratieconsulent te voeren, moet de plicht aanvaarden om de eed of belofte af te leggen. Of je nu accountant in business bent, controlerend accountant of samenstellend accountant – je dient allemaal het algemeen belang en moet dus zweren of beloven dat je je aan de fundamentele beginselen houdt. De eed moet het vertrouwen van het maatschappelijk verkeer in de accountant herstellen en bevorderen. Wie weigert, ondermijnt dat vertrouwen” (Lex van Almelo). [5]

Referenties

Subportaal: De beroepseed